Door het land van Asse met de trekplosters

Geschreven door op 11-06-2017

Door het land van Asse met de trekplosters

Op Vaderdag 12 juni gaan we richting Zellik. Aldaar organiseren de Trekplosters vanuit CC Den Horinck hun Breugeltocht. Zellik is de meest oostelijke en verstedelijkte deelgemeente van Asse. De gemeente vormt de grens met Brusselse agglomeratie en dat zullen we duidelijk merken tijdens onze wandelescapade waarbij onze hoofdstad zich meermaals aan de skyline contesteerde.

Na het verlaten van de zaal gaat het door wat bebouwing, we komen voorbij de Sint-Ouirinuskapel gebouwd in 1962. De eerste zondag van mei heeft de begankenis van deze heilige plaats. Sint-Quirinus wordt aangeroepen als hulp bij slappe en kwijnende kinderen, tegen oor-en oogziekten, tegen verwondingen en zweren, gezwellen en zilt. De grote volkstoeloop situeerde zich omstreeks 1400, tijdens de 17de eeuw deelde men zelfs vaantjes en medailles uit. De H. Quirinus was een tribuun onder keizer Aurelianus in de periode 270-275 na Christus. In de tweede eeuw werd hij door de H. Hermes bekeerd tot het christendom en nadien met heel zijn gezin gedoopt. Hij werd later handen en voeten afgehakt, tong uitgetrokken en tenslotte onthoofd. Een wreed verhaal als u het ons vraagt. Eenmaal de eigenaardige viaduct over de Pontbeeklaan en de spoorweg over, opent zich een landelijke blik in de richting van Relegem.

        

Een verharde weg brengt ons langs de Kazernegebouwen. Van 1921-1922 werd op de gemeentegrens van beide gemeenten gescheiden door de Schapenbaan de kazernegebouwen opgericht. Tijdens de oorlog 1940-1945 werden ze door de Duitse troepen bezet en uitgebreid. Aangezien het helle complex aan beide zijden van de Schapenbaan lag, werd de openbare weg afgesloten voor publiek. Na wereldoorlog II werd de kazerne “Serge Eckstein” genoemd. Het diende als depot van de luchtmacht, een opslagplaats voor onderdelen van vliegtuigen en vliegtuiguitrusting waar de Belgische soldaten hun dienstplicht vervulden. Naast de gebouwen van de kazerne is nu nog een grote hoge loods voor kabelballons te ontwaren. In 1930 steeg hier Professer Piccard op voor zijn stratosfeeronderzoeken. Tijdens de negentiger jaren van de vorige eeuw werd de kazerne verkocht grotendeels aan de Provincie Brabant.

Wat later stappen we voorbij het P.I.V.O. (Provinciaal Instituut voor vorming en opleiding). Men geeft er training en opleiding aan overheidspersoneel en veiligheidsdiensten. Een brokkenpad loodst ons verder langs de O-L-Vrouwkapel aan de oude Merchtemse Baan. Deze kapel herinnert aan een tragische gebeurtenis. In het jaar 1922 leefde boer Leopold Verdoodt met zijn boerin Maria Van Den Broeck en zijn groot gezin op het Schliënhof. Toen vier van zijn kinderen op weg waren naar de kerk, werden ze aan de steenweg, door een auto plots van het voetpad gemaaid en brutaal over de straat geslingerd. Dokters voorspelden een tragische afloop… er werd gebeden door hun gezin en de familie, vooral tot Onze-Lieve-Vrouw. En wonder boven wonder, geen enkele van de kinderen stierf aan de opgelopen zware verwondingen. Uit dank bouwde Peteruis Van Den Broeck, vader van boerin Verdoodt, in 1933 deze kapel.

        

Via de oplopende aardeweg komen we voorbij het Schliënhof gebouwd in 1846 nochtans in privébezit. Een betonwegje zet ons af op de eerste controle in het hof Piemont. We komen hier later nog eens terug voor de laatste controle. Lopen onmiddellijk verder, we volgen het dertien bunderwandelpad en kijken neer op een vruchtbare lichtgolvend landschap. Een prachtig zicht strijkt zicht neer over de streek. We lopen op het hoogveld. Een schots en scheef kasseitje neemt ons verder mee door het Breugellandschap. Een opeenvolging van veldwegen loopt door de vlakte en kouter en stuurt ons in de richting van Mollen. Het steenbergpad is ons volgende ding, we lopen voorbij een oriëntatie tafel uit 1952 naar het grote Molenbeek wandelpad dat ons op de twede rust afzet in ’t Kloosterhof in Mollen.

Na het nuttigen van een cola gaan we verder. We lopen door het centrum waarna we het moeten stellen op een fietspad dat ons verder mee neemt. Een geplaveide weg tussen de velden is ons volgend ding. Een paar doorsteekjes brengen ons in het gehucht Bollebeek dat we doorlopen. Een kanjer van een veldweg stuurt ons naar omhoog in de richting van Kobbegem. Kobbegem binnenkomen zonder een blik te werpen op de brouwerij ‘Mort Subite onmogelijk. In 1686 noteerde men hier de eerste Boer-Brouwer Van Hasselt Joris. Via huwelijken en erfenissen kwam de boerderij-brouwerij in 1869 in de handen van de familie de Keermacker. Tot en met de Tweede Wereldoorlog bleef het een boerderij-brouwerij. Na de tweede wereldoorlog werd alles gezet op de brouwerij en kreeg het de naam “Brouwerij Den Hert “ met zich mee. Iedereen in de streek kende toen de bieren, Hert Ale en Hert Kobe. In 1970 veranderde de brouwerij van naam en men doopte haar toen tot; Brouwerij “Mort Subite”. In 1972 begon de commerciële samenwerking met brouwerij “Maes”. Sinds oktober 2000 behoort de brouwerij “Mort Subite” tot de groep “Alken Maes”. Goed voor een jaarlijkse productie van 60.000 hl bier.

        

We lopen door het klein dorpje dat we ruilen voor rustige verharde wegen. Lopen langs het imposante Torenhof verder. Tijdens de middeleeuwen noemde men dit hof” Hof te Kwadderede”, de verblijfplaats van de heren van Kobbegem. De hoeve gelegen in het hertogdom Brabant werd in dien tijd gebruikt als versterking tegen de invallen van de legers van de graven van Vlaanderen. Het Torenhof was toen een waterbrucht door brede wallen omgeven en beschut door de molenbeek, met vijvervlakken rondom de burcht. Bij het Torenhof van nu valt onmiddellijk het donjon op, de mooie vierkante toren dateert uit de 14 de -15de eeuw en is de oudste kern van het hof. De toren bestaat uit drie bovenlagen en is bekroond met een leien dak. De toren is opgetrokken in zware zandstenen blokken die soms een muurdikte hebben van 1,1 meter. De andere gebouwen van de semi gesloten hoeve dateren uit de XVIII eeuw.

Een betonbaantje brengt ons in een industrie terrein. We lopen het terrein door en komen langs het distributiecentrum van de Delhaize groep. Een oplopend fietspad brengt ons het industrieterrein uit. Door een fruitkwekerij naar de laatste rust in het hof Piemont. De naam Piemont komt uit het romaans en betekend “steenberg”. De gesloten hoeve waarvan de gebouwen gegroepeerd zijn rond een geplaveide binnenkoer heeft een mooie ingang. Ze bestaat uit een overluifelende ingangspoort met houten lakei en bakstenen stijlen. Het woonhuis is laagbouw, zeven traveeën lang en afgedekt met een kunstleien zadeldak. Rechts zijn er de stallingen en links de grote lange schuur en tegen over het woonhuis nog stallingen en andere plaatsen eigen aan de boerderij. Resten ons nog het laatste gedeelte een drietal kilometers. Een betonweg brengt ons over de spoorweg, lopen wat tussen de bebouwing naar de N 9 die we dwarsen.

        

Nog eventjes tussen de bebouwing naar een smal pad dat ons op het  Sint Bavo wandelpad brengt. Brokken paden en smalle paden sturen ons terug in de richting van Zellik. Een asfaltwegje zet ons tenslotte af op een slingerend pad naar de startzaal. We kunnen neerkijken op een prachtige wandeling door het Land van Asse met zijn vele paadjes en veldwegen aan de rand van onze hoofdstad.

        

Verslag: Ides Codde 
Fotoreportage (Ides Codde) 

ONZE
PARTNERS

Webdesign by digicreate