Met Slak Leest door de Zennevallei

Geschreven door op 23-07-2017

Met Slak Leest door de Zennevallei

Het is al een paar jaar geleden dat we nog eens in de Zennevallei kwamen. Uit ervaring weten we dat wandelclub de Slak Leest  steevast instaat voor een verzorgde zwerftocht gekleurd met talrijk groen. Dus gaat het zondag die richting uit.

Leest is een deelgemeente van grotere broer Mechelen en zoals de naam van de wandeling laat vermoeden ligt het in de nabijheid van de Zenne. De Zenne ontspringt in het gehucht “Naast’ op een hoogte van 123 meter ten zuiden van Zinnik, om het in de taal van Molière te zeggen ‘Soignies’. Na de afdaling van 103 km lengte stroomt de Zenne in Heffen de Dijle in. Het parkoers van de 21 km lijkt ons het attractiefs en na de inschrijving gaan we van start.

  

Verlaten zaal Ter Coose langs de achterkant lopend over een speelplein, door een bosje naar de tuin van de oude pastorij. Toen de pastorij van Leest gebouwd werd had de parochie nog geen eigen pastoor. Het was de parochieherder van Hombeek die tevens de kerk van Leest kwam bedienen. Wat tussen bebouwing dat ons aan de Zenne brengt, brug over. Om Leest te bereiken vanuit Mechelen moet men over de Zennebrug. Deze brug werd door oorlogsomstandigheden verschillende malen vernield: een eerste maal in 1914. Drie jaar lang behielp men zich achteraf met een houten brugske. Bij laag water kom men er droogvoets over. Maar bij hoog water liep het bruggetje onder en dan werden de mensen” overgedragen”. De “witte van Nagels” deed dit voor een cent.

 

Vervolgen langs de Sint-Anna kapel gebouwd in 1913, waarna we het natuurreservaat Robbroek induiken. Gelegen aan de rand van stedelijk gebied, vormt het domein het interfluvium van Zenne, Dijle en Rupel. In de middeleeuwen meanderde de Zenne in het gebied in een lage vallei. Het landschap bestond uit een afwisseling van Broekbossen, moerassen en hooilanden. De natte gronden waren dus geschikt voor landbouw gebruik. Het Robbroek is slechts een fractie van deze uitgestrekte vochtige natuurgebieden in het Mechelse. Door het Robbroek volgen we slingerende wegeltjes, wat is het alhier volop genieten van dit prachtig stukje natuur. Via een resem aardewegen uitkijkend op mais-en aardappelvelden trekken we verder. Midden in de velden bemerken we onder een afdak enkele houtsculpturen op en ook een naam bordje Arboleo. Blijkt een plaats te zijn waar men allerhande projecten opstart. Zoals het terug tot leven brengen van omgewaaide stormbomen, het carven van massief stukken hout tot een beeld of tuinmeubel en vele andere artistieke realisaties. Het brengt ons terug langs de Zenne die we dwarsen en verder lopen langs de andere zijde. Brugje onder de spoorweg door bereiken we de Elegemvijver en even er langs de spoorweg verder. De Elegemvijver is een groot gegraven meer van 36 ha dat een diepte van meer dan 20 meter bereikt. De elegemvijver werd in de jaren zestig gegraven om de nabij gelegen E19 tussen Antwerpen en Brussel aan te leggen.

 

Lopen wat tussen de bebouwing ,waarna een smal baantjes ons terug tussen de velden afzet. Kuieren rustig verder tussen de mais-en kolen velden die ons in de richting van Hombeek stuurt. Een lang slingerend smal pad zet ons af op een fietspad naar de eerste rust in de voerbalkantine van HTH Hombeek. Na de rust moeten we het een tijdje stellen al over een fietspad.Een groen doorsteekje brengt ons in de kattestraat , schoonste straat van Mechelen, winnaar van de actie stad om te zoenen 2013, dat we doorlopen. Een brokkenpad stuurt ons terug tussen de velden ,die geruime tijd onze medegezel worden. Een streepje beton op naar een smal pad langs de spoorweg en een maisveld. Een opeenvolging van smalle paden en veldwegen wordt nu ons ding, We volgen een tijd lang de Rivierenland route midden de boerenbuiten ,in een lappendeken van weilanden en kouters. Een landelijke wegen brengtons over een brug over de spoorweg naar de volgende rust “Oep D AA” in tenten op een privé domein. Na het nuttigen van een cola gaan we verder. Ook hierna blijven we grotendeels agrarisch stappen. Slingerend paden worden ons hoofddoel door de maisvelden en ajuinenvelden de sterke geur prikkelt nog mijn neus. We verblijven geruime tijd op veldwegen, een betonwegje zet ons tenslotte af op de laatste rust in een loods aan de hoeve van Jo§ Ludo en mogen er proeven van een stukje slakkenpaté. We konden er ook genieten van de plaatselijke hoeve ijsje waarna we onze weg verder zetten voor de laatste 2,5 km. Landelijke wegen zetten ons af op en brokken pad naar de zoveelste veldweg tussen de akkers en de weiden. Een fietspad stuurt ons terug in de richting van de startzaal. Maken nog een ommetje via een bos doorsteekje dat ons afzet op het speelplein ,resten ons nog enkele meters terug naar de start. Een heerlijk einde die we graag besluiten met een gedicht.

 


De Zenne

God alleen weet
Hoelang en ongestoord
Gingen de eeuwen aan mij voorbij
Hier in Gods vrije natuur
Moeras en schor was mijn gebuur
De mens ontdekte mijn wildernis
En trof in mij de beste vis
Zo is hij aan het vissen gegaan
En is het dorp Leest ontstaan
Dit stoere ruwe vissersvolk
Doorzocht mij, elke draai of kolk
Dan zwol ik van woede en ik gramde
En zette mij uit tot ver te lande
Weldra beroofde men mijn vrijheid
Langs beide kanten kreeg ik een dijk
Besmeurde ik de omgeving met mijn slijk
Duizenden boten heb ik gedragen
Want aan mijn zijde lag de Brusselse haven
Ok voerde stenen, zand, zout en zo meer
Men ontnam mij echter ook die eer geen boten meer, geen prauw
Zelfs mijn water schijnt in eeuwige rouw
Een erfenis van de fabrieken
‘k dien enkel nog om afval te slikken
Willen ze er Brussel niet in stikken
De bevuiling komt langs ontelbare sluizen
Zelfs de paling hebben ze doen verhuizen
Wanneer bemoeit de mens zich daar ook eens mee ?
Of maak ik alles zwart tot aan de zee

Tekst Ides Codde

Geniet mee van enkele sfeerbeelden :

ONZE
PARTNERS

Webdesign by digicreate