Prachtige bossenwandeling rond Veerle

Geschreven door op 05-12-2017

Prachtige bossenwandeling rond Veerle

We waren nog nooit gaan wandelen bij W.C. De Bavostappers Zittaart dus gaan we dinsdag ll naar Veerle-Heide voor deelname aan de spek- en eierentocht. Veerle-Heide is een afzonderlijke parochie van Laakdal en telt een duizend inwoners. 

Het huidige Veerle-Heide stond vroeger bekend als 'Vispoel onder Veerle' en behoorde gedeeltelijk toe aan de abdij van Averbode. Het was zoals andere Kempische heidegebieden jarenlang een afgezonderde, achtergebleven regio die voor vele jaren onaangetast bleef. We starten vanuit het buurthuis en het is een lussenparkoers. Het wordt voor alle afstanden wandelen door de prachtige natuur. We verlaten het buurthuis en beginnen aan de eerste lus van 10 km, onmiddellijk naar links het is nog vrij donker. We lopen tussen de bebouwing langs de Lieve-Vrouwkerk en een doorsteekje brengt ons op een fietspad naar een brokkenpad langs een voetbalveld. We gaan door een woonkern, enkele landelijke wegen brengen ons verder. Het schoterpad zet ons af in het bos, we volgen het stiltepad al over slingerende wegen en genieten van de stilte die de natuur uitstraalt. Een asfaltwegje brengt ons in het natuurgebied Gerhagen voor een volgende prachtige natuuromloop.

            

We lopen over de Luikerdreef en de oude weg Diest-Veerle. De Luikerdreef begint aan de abdij van Averbode en lijdt naar Tessenderlo. Averbode en Diest behoorden vroeger tot het Hertogdom Brabant. Het was langs de Luikerdreef dat de paters van de abdij naar hun parochie Tessenderlo trokken, waar hun oudste bezittingen lagen. Volgens de overlevering was de Luikerdreef ooit het tafereel van de moord op een abt die de boeren uitbuitte. De abt werd door de boeren onthoofd, naar na de moord kwam ‘de prelaat zonder kop’ bij nacht en ontij en te paard bij zijn moordenaars spoken.

Het gaat verder langs kronkelende paadjes en veel veen en moerassen, waarvan we konden genieten. Langs de ‘Bierhoeve’. Deze hoeve ligt midden in het groen. De plek met gebouw staat al aangeduid op de Farreskaart van 1775. In latere vermelding heet de hoeve ‘better hoeve’ dat verwijst naar het gebruik van de bos-en houtbouw. De hoeve werd opgericht als verblijfplaats voor de houthakkers. De houtakkers waren toen vooral Franse en Waalse bosarbeiders. De plaatselijke bevolking wilde immers niet werken in de bossen van de Abdij van Averbode die door de Franse staat aangeslagen waren. Dat was ’godeloos’ werk, waardoor ze in de hel zouden belanden… In het midden van de 19e eeuw werd de hoeve eigendom van de familie De Merode. De hoeve werd ingericht als woonplaats van hun privé en boswachter.

            

De landtuinen nemen ons verder op sleeptouw door de groene oase. Duinen vind je niet enkel aan de kust. Ook in het binnenland kan je hier en daar zanderige heuvels of landduinen aantreffen. Ze zijn ontstaan door het verstuiven van zand. Een smal pad brengt ons terug in de bewoonde wereld, langs het dorpsparkje en het standbeeld van de Walenman geheten als eerbetoon aan de arbeiders uit deze streek die vroeger in Wallonië gingen werken als seizoenarbeiders.

Al over het speelpleintje ’t Paggoterke gaan we terug naar de startplaats. Na het nuttigen van een cola begeven we ons op de volgende lus van 10 km. Zaal uit en recht over het speelpleintje, waarna rustige landelijke wegen ons verder meenemen, waarna we het natuurgebied Averbode bos –en Heide gaan opzoeken. We lopen door het natuurgebied  langs kronkelende wegen door het bos en Heide en langs de Vennen.

           

Uit kaarten en registers die teruggaan tot de zeventiende eeuw blijkt dat de abdij de meeste vennen als viskweekvijvers of wijers gebruikten en onderhield. Vis vervulde een belangrijke rol in het voedsel van de abdijen en kloosters, aangezien hun vasten regime de consumptie van vlees gedurende een derde van het jaar verbood. Het wandelpad de poephaan neemt ons verder mee. Dit wandelpad ligt op de tramlijn die ooit Zichem met Turnhout verbond. Deze stoomtram was niet sterk genoeg om de hellingen voor de abdij op te kunnen. Daardoor maakte hij deze omweg langs “ De Nieuwe Eik’ de bossen in. Vanaf 1900 reed de tram vijf maal per dag heen en weer door het gebied. In 1935 werd de stoomtram vervangen door een magnaltram ook wel ‘poeptram’ genoemd door het kenmerkende fluitsignaal dat van ver te horen was.

           

We komen langs de prachtige gerestaureerde hoeve 'Den Eik'. Daar is tevens het Laakdaalse klompenmuseum ondergebracht. Een oude ambacht die men kan bezichtigen. Een ganse geschiedenis over de klompenmakerij kan men hier bestuderen. We lopen verder door het vroegere domein van de prinsen van Merode langs de historische boswal. Deze aardenwal ontstond honderden jaren geleden in het uitgestrekte heidelandschap. De hei diende als graasplek voor vee. De aarden wal diende vermoedelijk als veekering. Op de aarden wal stond een houtwal. Die leverde hout en verstevigde de wal tegen erosie. De dichte stekelige bramen-en sleedoornstruiken zorgden dat het vee de barriére moeilijker kon overbruggen. Dat de wal ooit een bosgrens vormde merk je aan de de vegetatie.

We verlaten het domein, de Abdij van Averbode was het volgende pareltje. Door het Mariapark met een reeks originele beeldengroepen naar de abdij en er langs. De abdij van Averbode werd in 1135 gesticht en was oorspronkelijk een dubbel klooster waarin zowel mannen als vrouwen leefden. De draaipoort (14e eeuw) draait over de drie provincie grenzen. Een smal pad brengt ons terug op boswegen door het gemende loofbos en de uitgestrekte wandelwegen en brengen ons terug naar de startplaats. Het was een idyllische groene parel deze spek-en eierentocht door een prachtige streek, die we afsluiten met een lekker bord met spek- en eieren.

Verslag: Ides Codde
Fotoreportage (Ides Codde)

Fotoreportage : Willy Palmkoeck

ONZE
PARTNERS

Webdesign by digicreate