|
Om het nieuwe jaar in te zetten, hadden ‘de moedige wandelaars Beernem’ voor de gelegenheid figuurlijk hun tenten opgeslagen in de parochiezaal van Wingene. Koning winter had hen en ook de vele wandelaars duidelijk in zijn greep, daar waar tussen Kerst en Nieuw de landschappen herschapen waren in mooie winterse witte taferelen, lag het er vandaag op bepaalde plaatsen spekglad bij. Het was opletten geblazen, maar met een heerlijk winterzonnetje die er later op de dag zou doorkomen, zalig wandelweer om te gaan genieten van een rustige, gevarieerde landelijke wandeling.
Vanuit de Wingense parochiezaal stappen we meteen richting “de wissel“ op, alwaar tussen enkele rustige sociale woonwijken we door de Moedige wandelaars worden getrakteerd op een lekkere jenever. Meteen klinken op het nieuwe wandeljaar is dit ! Gesterkt met dit subliem opwarmertje, bereiken we na enige tijd het open lege winterse landschap van het Brugse Ommeland. Het zonnetje heeft ondertussen de sneeuw en de ijzel grotendeels laten verdwijnen, doch vooral op de schaduwplekken is een slippertje rap gebeurd. We zoeken dan maar de grasberm op, terwijl we in het zonlicht mijmeren over een tapijt van wel miljoenen diamantjes die het wegdek kleuren. Ja de vorming van die ontelbare ijskristallen zijn machtig mooi en heeft het landschap immers een gans ander uitzicht gegeven, een landschap wondermooi om in weg te dromen.
En als we op een gegeven moment niet meer recht kunnen stappen wegens de glibberigheid, vormt het geen probleem want we bevinden ons immers in de Krommestraat, wat een luxe. Even later belanden we in de akkerstraat, voor ons links de T.V. toren van Egem en rechts van ons het industrieterrein van Zwevezele–Hille. We hadden nog geen pluimpje of een staartje ontdekt en toch waren er sporen van konijnen op het berijmde wegdek, die in allerijl bescherming waren gaan zoeken in het nabij gelegen bosje.
Het gaat duidelijk de richting uit van het Zwevezeelse industrieterrein, kwestie van enkele ogenblikken later onze rust te benutten ‘in de horizon’. Als wij nadien het bewoonde gedeelte verlaten bevinden we ons terug in het winterse landschap, alwaar rustige kronkelende tarmacjes ons nu de richting uitsturen van St. Elooi voor een tweede rust. In beide rustposten genoten wij van een heerlijke kom warme verse soep een hemelse genoegdoening in deze koude dagen.
En ook hierna blijft het verder heerlijk genieten van dit gezonde wandelweer. De landelijkheid die in deze streek troef is, brengt ons in een warme ingeduffelde roes van rustig te kunnen onthaasten naar het einde van deze winterse nieuwjaarstocht. |