|
Als persmedewerker kwam Georges Ditillieu heel toevallig in aanraking met de wandelsport. Intussentijd staat hij elke dag te popelen om op stap te kunnen, maakte hij zich reeds verdienstelijk binnen menig wandelvereniging als medewerker en bestuurder en zetelt hij sinds 2008 in de Raad van Beheer van de wandelfederatie AKTIVIA. Vorige week donderdag werd Georges opgenomen als ereclublid met maar liefst 3000 tochten.  WAG : Hoe kwam u met de wandelsport in contact ?
Eerder toevallig, begin jaren ‘7O was ik persmedewerker en redactieverantwoordelijke bij de Weekbode – editie Houtland – en kreeg op een dag de opdracht de wandelsport in het daglicht te stellen. Het was voor mij zowaar een omzeggens onbekende sport, en zo kwam ik terecht nabij wijlen Julien Demuynck en André Altruy. Beiden pioniers binnen de wandelsport die me de eerste inlichtingen bezorgden. Langzamerhand breidde ik de rubriek uit aangevuld met enkele foto’s, waarbij vooral de grote organisaties als Nacht van Vlaanderen en de Koekelaarse 100km Blarentocht in het daglicht werden gesteld. Doch ik was de mening toegedaan dat je pas over iets kon schrijven als je het zelf had meegemaakt. En dus besloot ik totaal onvoorbereid vanuit mijn eigen Torhout, deel te nemen aan de 100km. Het werd een ware ramp, na 60km sleepte ik mijn benen achter mij aan, opgeven was de boodschap, maar ik had voldoende stof om er een schoon artikel aan te wijden.
WAG : Het betekende eigenlijk de start van een welgevulde wandelcarrière ?
Ja eigenlijk wel, als persmedewerker had ik weliswaar weinig tijd, maar als het eventjes kon stapte ik wel af en toe eens mee. In 1982 legde ik mijn pen en fototoestel opzij en werd zowaar wielertoerist. Zes jaar heb ik dit volgehouden, ik zou het niet mogen zeggen maar we reden als zotten die zich coureur waanden. En dus stopte ik in 1988 definitief met de wielersport en stapte over naar de wandelsport. Hier kAn een mens tenminste zijn eigen zijn, stappen naar eigen vermogen en voldoening en daarbij komt men wel altijd iemand tegen voor een klapske. Ik liet me destijds aansluiten nabij de Motestappers Koekelare, werd er al vrij vlug bestuurslid en in een later stadium zelf secretaris. In de beginjaren stapte ik op geregelde basis toch reeds een 3000km verdeeld over een 120 tal tochten. Geleidelijk aan dreef ik mijn afstanden op en nam ook meer en meer aan tochten deel.
WAG : En ondertussen is het wandelen meer dan een passie geworden ?
Dagelijks sta ik te popelen om op stap te gaan, en zodra de gelegenheid zich voortdoet zijn we weg. We, want ook mijn echtgenote Leona is een regelmatig en fervent wandelaarster. Dit is ook het leuke eraan dat we het samen kunnen doen. En eigenlijk, dank mijn vrouw ben ik blijven wandelen, want zonder haar waren de wandelsloffen al lang in de vuilnisbak verdwenen. Het had allemaal te maken met de gezondheid die mij meermaals in de steek liet. Diverse heelkundige ingrepen aan voet, rug, hand en schouder … telkens met maanden revalidatie waren er soms te veel aan. Maar steeds opnieuw bleef ze me aanmoedigen al was het met een wandelstok of op krukken … buiten komen moest ik van haar. En kijk sinds ik op pensioen ben gegaan in 2005 wandel ik nu jaarlijks tussen de 4 à 5000km verdeeld over zo’n 200 à 240 organisaties. Op heden staat mijn teller op 59.000km en meer dan 3000 tochten, in 2010 hoop ik mijn 60.000km te halen.
WAG : Wandelen is aldus meer dan een sport ?
Heel zeker, het zijn niet zozeer de kilometers die tellen, maar vooral in de eerste plaats de gezondheid en anderzijds tussen de mensen kunnen te vertoeven. Ja mijn werkervaring blijft zowat in de kleren zitten. En wandelen heeft het nu eens allemaal: je maakt er veel vrienden, er wordt veel afgelachen en iedereen is bezorgd om iedereen wanneer het eens wat minder gaat. Men maakt er kennis met ongekende streken en hoekjes, met de prachtige natuur en misschien raar om te zeggen : ‘maar hoe meer slijk, hoe liever ik het heb’. Avontuurlijk wandelen in de Ardennen is voor mij het hoogtepunt. In bijna iedere streek in Wallonië was ik reeds op stap, effenaf leuk maar wel lastig. Maar ook laatst nog mochten we genieten van enkele prachtige besneeuwde tochten in onze eigen Houtlandstreek. In het verleden nam ik eveneens diverse malen deel aan 100km tochten, maar deze nachtelijke tochten zijn niet meer mijn ding , ik hou het tegenwoordig op 20 à 30km met af en toe nog eens een uitschieter. Zo herinner ik me eveneens nog in 1998 een 3 daagse wandeling in het teken van de Vrede. Een eenmalige inrichting in groep met beperkte deelname onder aanvoering van Thierry Altruy. We stapten van Diksmuide, alover Ieper, Brugge, Gent, Mechelen naar Brussel … menig beelden hiervan zijn op tv verschenen.
WAG : Maar niet enkel op wandelvlak ben je heel actief, ook binnen menig bestuur zo te horen ?
In 2003 werd ik inderdaad lid van de provinciale bestuurskern, in die zin werd me het peterschap opgedragen van de Watewystappers Tielt. Bij hun startperiode kwam ik aldus een handje toesteken bij deze club, waarna ik in 2004 er eveneens lid werd. En ook hier maakte ik mijn intrede binnen het bestuur, bracht er mijn kennis over en samen met de huidige bestuurskern bouwden wij de club uit tot een bloeiende vereniging met meer dan 230 leden. Sinds 2008 zetel ik eveneens binnen de beheersraad van de wandelfederatie. Daarnaast organiseer ik nog een meerdaagse uitstap openstaand voor elkeen. Telkens een succes, want ik kan steevast rekenen op een volle bus en wandelaars van een 8-tal verschillende verenigingen. In mei reizen we zo af naar de Moezelvallei. Anderzijds kijk ik met veel bewondering op de vele clubbestuurders en hun medewerkers … want zonder deze mensen zou het wandelen er niet zijn. Ze zorgen immers telkens voor mooie organisaties, bedienen de wandelaars op hun wenken en dit allemaal of veelal op vrijwillige basis.
WAG : En wat brengt de toekomst op wandelgebied ?
Naar mijn mening is er nog veel werk binnen de wandelfederatie. Hierbij is de wandelsport promoten een bijzondere opgave , maar bovenal een grote uitdaging. Anderzijds dient men ook volop de kaart te trekken van jeugdige families, hun warm te maken voor de wandelsport. Een huzarenstuk aldus velen, maar ergens ben ik ervan overtuigd dat deze groep mensen de toekomst dienen te vormen van de wandelsport. Ook op het gebied van de midweektochten is er nog veel werk en vooral ook een groot potentieel aan wandelgegadigden. Het internet gebeuren vormt eveneens een groot promotiemiddel , zo heb ik terug de pen en fototoestel bovengehaald om mijn wandelervaringen neer te pennen op www.wandelgazette.be . Een wandelportaal die info verschaft omtrent wandelingen en de wandelsport in de kijker stelt. Ook hier ligt op promotioneel vlak nog heel wat werk, want telkens weer tijdens mijn wandeltochten merk ik dat de vraag naar juiste info omtrent hun geliefkoosde hobby groot is. Tot slot wil ik nog elkeen bedanken die instaat voor het welslagen van de wandelsport, laat ons samen verder werken zo worden wij vrienden voor het leven. |