Home arrow Verslaggeving arrow Voorbije activiteiten en tochten arrow Rooie Neuzentocht langsheen groene long van Oostende
Rooie Neuzentocht langsheen groene long van Oostende PDF Print Email
Geschreven door Georges Ditillieu   
zaterdag 6 februari 2010

Ondanks een zware verkoudheid nam ik zaterdag het besluit om te gaan wandelen in de grootste badstad van onze kust : Oostende. Aldaar stonden de Stormvogels vanuit het Ensorinstituut klaar  om de deelnemers een aangename wandeldag te bezorgen. Voorzitter Jan Berkers wist ons meteen te vertellen dat er voor veel afwisseling gezorgd werd in de parcours van deze 11de Rooie Neuzentocht, waar vooral de nadruk gelegd werd op bos, parken en zoals het hoort de zee. Er was keuze tussen afstanden van 6 – 12 – 18 en 25 km. Voor mij zou de 12 km meer dan genoeg zijn vandaag.


Als uitgangspositie koos men voor het Vogelzangparkje waar kleine wandelpadjes reeds voor de nodige afwisseling wisten te zorgen want met het rijzen van de zon waren de gele steentjes aardig glad geworden, dus voor de zoveelste maal deze winter werd het glijden. Na een lichte helling en een brug bracht men ons in het prachtige Maria Hendrikapark, in de volksmond gewoonweg het bosje genoemd, 37 ha groot en in de tijd aangelegd op de plaats van een verwilderd stuk bos buiten de omwallingen van de stad. Dit park is werkelijk de groene long van de badstad, mooie bospaden loodsten ons door deze natuurlijke omgeving en lieten ons genieten van de prachtige oase van bomen en planten in de nabije omgeving van het Spiegelmeer .

 

Langs het bomenpad stapten we richting de Koninginnenvijver waar men van op de nieuwe hangbrug de overkant bereikte en met de opkomende zon volop kon genieten van prachtige beelden. Daaropvolgend werden we afgezet aan de kazerne van de zeewacht op de Vuurtorenwijk en het Hazegras, vroeger vooral bekend zijn vele gekleurde uitstalraampjes met middenin goed gevulde borstbeelden, nu echter en moderne woonwijk geworden. Stap voor stap naderden wij nu de mooie jachthaven waar het prachtige schoolschip Mercator, een driemaster en museumschip uit 1932 en wellicht het bekendste schip van Belgie prijkte tussen de vele jachtboten .

Eventjes vertoefden wij nu in een drukke omgeving in de nabijheid van het stadhuis en het gerechtsgebouw om bij het binnenlopen van het Leopoldpark opnieuw te vertoeven in de fauna en flora die deze stad nog rijk is. De mooi aangelegde wandelpaden die zich een weg baanden rond de parkvijver brachten ons vervolgens voorbij het bloemenuurwerk, in de winter niet zo kleurig als in de zomer, maar steeds het bewonderen waard net zoals het beeldhouwwerk “ dikke Mathilde”, de echte naam “ de zee”. Het casino–kursaal nodigde ons uit om langs de zeedijk te flaneren. Intussen was er een hardnekkige mist opgekomen die de mooie beelden van de kustlijn en de Noordzee voor ons verborgen hield en ons zowaar een rode neus bezorgde. Intussen volgden wij de zeedijk tot aan de “ Drie Gapers “ als het ware de poort naar het strand van Oostende met aan de ene kant de Wellingtonrenbaan en de andere kant de Koninklijke Gaanderijen. Doch vooral gekend voor het bronzen ruiterstandbeeld van Leopold II te paard kijkend naar de Noordzee en langs beide zijden geflankeerd door de beeldengroep “ Dankbaarheid van het Kongolese Volk “ en de “ Hulde van de Oostendse vissers bevolking “ . Nu liep het verder langs de Gaanderijen om nog eventjes de zeelucht op te snuiven vooraleer wij ter hoogte van Mariakerke deze zone verlieten om na enkele dorpstraten de rust te bereiken in het “ Zonnestraaltje” om er eventjes te nippen aan een warme koffie, een ware opkikker voor mijn verkoudheid.

Met de zakdoek in aanslag om, om de haverklap mijn druipende neus droog te leggen trokken we verder langs enkele rustige straten van Mariakerke op een boogscheut van het vliegveld en in de omgeving van de Steense dijk. Hier en daar werden de straten verbonden met enkele mooie doorsteek wegeltjes uitlopend op kleine parkjes, wat wandelen in de bebouwde kom aangenamer maakten. Na een wirwar van straten door Stene met een passage aan het oude vliegveld verscholen tussen de vele huisrijen trokken wij nu geleidelijk aan naar het einde van deze meer dan bekoorlijke tocht.
 

Binnen in de aankomstzaal was het intussen aardig druk geworden, de geur van de frietjes en gebraden kip kwam zo op ons af, terwijl het blauw-witte team van de Stormvogels de handen meer dan vol hadden om de wandelaars te bedienen en ja ook wij konden aan de verleiding niet weerstaan. Voorzitter Jan Berkers kwam even neuzen hoe het geweest was en wij konden hem gerust stellen, hij had zijn belofte gehouden, het werd een afwisselende wandeling, mooi en verzorgd, alvast een dikke proficiat waardig.

 Geniet mee van de talrijke sfeerbeelden :