|
Soms moet men zijn plekje wel weten te vinden op de wereldbol, zo’n plekje vormt ongetwijfeld het kleine Elst. Verscholen midden de glooiingen van de Vlaamse Ardennen en de overgang van de Zwalmstreek , maakte het dorpje zich tijdens het tweede weekend van februari reeds voor de dertigste maal op voor de Geutelingenfeesten. Reeds tien jaar horen daar de Geutelingentochten bij. Organisator Dwars door Brakel liet doorheen de jaren de tocht uitgroeien tot een ware winterklassieker. Ondanks de zoveeltse winterprik wisten alsnog 1813 stappers het kleine dorpje Elst te vinden, waarbij niet enkel de gratis Geuteling menig aansprak maar ook tal van mooie vergezichten, tal van kerk- en voetwegels, verraderlijke glibberige klimmetjes en dalingen doorheen het liefdesnestje van Panamarenko boekdelen betuigen.
 Dwars door Brakel raakte reeds meteen onze gevoelige snaar toen we via een eerste lus een gezellige oude kerkweg , in het zog van de H. Apolloniakapel , werden ingestuurd. Het moest ons wegleidden uit het dorpscentrum om zo via een idyllisch asfaltwegje van de Moulenkouter definitief de landelijkheid op te zoeken. Ons oog viel er meteen op het imposante ‘ Hof ter Siereghem ‘, doch ook op de eerste kuitenbijter van vandaag : de Pottenberg met zijn Monasterium Mariakluizen (een oecumenische kluizenarij gesticht in 1980 en waar de broeders bidden en werken volgens de authentieke regels van de H. Benedictus) en vijf kluizen. Al even vlug gevolgd door de flanken van de Leberg, lag nu voor ons het stemmige geboortedorp van volks- en letterkundige Isidoor Theirlinck (alias Sente Korneels). Doch alvorens we mochten kennis maken met het hart van het kasseiendorp Zegelsem nam parcoursmeester Coesens ons nog op sleeptouw langs een stukje pure Vlaamse Ardennen patrimonium van het Kleine Gastenhoekbekken. Waarna ter hoogte van het stulpje van Marijn De Valck (alias Balthazar Boma) we de dieperik inzweerden en uitmondden in de schaduw van het geklasseerde Sint-Ursmaruskerkje met zijn oud kerkhof en enkele rustieke linden in wintertooi.  Hierna zou een flinke portie ‘ kinderkoppen ‘ van de vermaarde Haaghoek vrolijk met ons mee kabbelen door het landschap en ons duidelijk afsturen in de richting van de Perlinkweg. Een smalle, prettige en glibberige wegel weliswaar die ons voorbij de Perlinkmolen of in de volksmond ook wel ’t Meulentje Perlink genaamd, troonde. Het is de oudste watermolen van Vlaanderen en reeds vermeld in 868 als molen van de abdij van Lobbes. Een vervaarlijk tegelwegeltje geprangd tussen de prikkeldraad moet ons andermaal meenemen over de welving van de Pottenberg, alwaar een 'onberekenbare' kilometerslange veldwegel in een wijde kronkel zijn weg zicht door een bekoorlijk stukje winters landelijkheid. Eens de drukke Gentsebaan over, zagen we de kleine ‘ Sente Plonetorenspits’ van Elst voor ons liggen, grijpklaar bijna.  Maar er wacht ons nog een tweede lus van 6 km , die we dan ook meteen aanvatten. Achterom de pastorie van Elst , stuurde een rustig wegje ons licht dalend al meteen in een verademende landelijkheid van ondergesneeuwde meersen en donkere akkers van Ter Walle. Het krinkelend wegje bracht ons op een sierlijke manier naar wat hoger gelegen contouren , waarbij we een ruimer overzicht over de fraaie welvingen van de Vlaamse Ardennen kregen. Aan de horizon konden we nog net een glimp opvangen van het pittoreske dorpsschooltje en het imposante ‘ Hof Ter Walle ‘ van Elst. Net op de hoek vergapen we ons voor een zoveelste maal aan één der vele bedehuisjes , die de aanzet moet worden van een prachtige doorsteek van de Taalman. We laten ons sierlijk en letterlijk mee glijden langs de meanderende Dorrebeek die ons over de schilderachtige omgeving van de Dompels of Den Bos ’t Elst moet helpen en lopen in feite al een tijdje te flaneren langs de dorpsgrens met Michelbeke.  Die richting gaat het echter niet uit en daarenboven krijgen we opeens te kampen met een heuse sneeuwbui , wanneer we een vervolg weven aan onze wandelescapade en ondertussen de terugweg aanvatten. Een sfeervol beeld van groepjes wandelaars laat zich gestaag meegolven met het deinende landschap , tot ter hoogte van het imposante waterreservoir van Brakel een stukje Gentsebaan wordt voorgeschoteld. Niet voor lang echter, want een zoveelste knokkig brokkenpad wordt ons aangerijgd waarbij we nu niet meer langer kunnen wachten om ons resoluut in de richting van Elst te storten, want die geurige geutelingen staan te wachten. Meteen het einde van een tocht om letterlijk en figuurlijk uw vingers af te likken ! Geniet mee van enkele fotoreportages : |