|
Vandaag, een overaanbod van wandelingen in de regio. Ik mag alleen op pad, dus wordt het de marathon met een toetje slagroom er boven op, 43,2km bij de Cracks in Wolvertem. Velen hebben zich blijkbaar verslapen met het zomeruur want het is nog stilletjes als ik de grote Sportschuur binnenstap, al zijn de Cracks-dames al ijverig bezig in de keuken. Inschrijven en dan de weg op.
In het halfdonker verlaten wij onmiddellijk Wolvertem, lopen de brug over de A12 over en gaan een acht lopen. Eerst een graswegje tussen wat serres voor de langste afstand, vervolgens wat stille wegjes tot wij tegen de autoweg aanbotsen om ernaast het Neromhof binnen te wandelen onder een poorthuis “ english cottage style “. Eerst een machtige dreef, dan rond de vijver met eilandje middenin, onder honderdjarige beuken en eiken tot een boomgaard. Onder mijn favoriete hoogstamperelaar, nog aan zijn winterslaap bezig, kom ik het domein uit, loop een stukje langs het jong aangeplante geboortebos om stilaan via een tuincenter, waar je je even in de Provence waant tussen palm- en olijfbomen, naar het natuurgebied van de Birrebeekvallei af te zakken.  Tussen de weilanden komen wij pal onder de kerktoren van het mooie gotische wit zandstenen 13de eeuwse kerkje in Sint-Brixius Rode. Even het dorp in en er uit langs de werkhuizen van onze nationale wielertrots Eddy Merckx. Veldwegjes sturen ons terug richting Wolvertem, de A12 over via een voetgangersbrugje om aan de overkant in Meise te komen. Langs de weg naar Brussel bereiken wij het achterliggende sportcomplex waar in het cafetaria de eerste controle aangedaan wordt na 8,1km.
Meise heeft een pracht van een dorpsplein met de geklasseerde Sint-Martinuskerk, ernaast, de openluchtbeiaard met zijn 47 klokken, er tegenover het oude stadhuis de vroegere pastorie. Bezijden de Nationale Plantentuin (hier komen slechts sporadisch wandelingen in , want de toegang is betalend) wordt afgezakt tot de Amelgemmolen, een oude watermolen op de Molenbeek. Hierachter, de uitgeweken “ Brusselse chique “ , de poepchique villawijk van Boechout met kasten van villas. Door velden en weiden bereiken wij de hoeve Klein Amelgem waar wij de loodrechte populierendreef opdraaien om zo richting Ossel te trekken.Voorbij het Hagenkasteel en het kasteel van Ossel komen wij uit bij het erg pittoreske Sint-Jan de Doperkerkje. Er recht over het bij alle wandelaars gekende café Ossel Star waar controle 2 ligt na 14,5 km.  De langste afstand begint hier aan een dubbele lus van een kleine 15km. Op een veldwegje stijgen wij naar de watertoren en de militaire zendmasten waar een eerste mooi panorama over de streek uitgerold wordt. Stille wegjes, veldpaadjes, midden een genereuze natuur zetten ons af naast de Sint-Annakapel bij Brussegem. Vlug wacht terug de natuur rond het landelijke Linthout, een kasseitje met een rug waar je voortdurend afschuift rond het Hunselbos, nog wat veld en graswegjes en dan controle in café De Volle Pot waar we zowat halfweg zijn .  Wij volgen nu heel even de weg naar Merchtem, duiken dan een hol wegje in en gaan de kouters opzoeken om op een panoramawegje bezijden het Foeksenbos te blijven lopen. Mooie vergezichten volgen zich in snel tempo op, onder ons eerst Merchtem, dan voor ons de “kaasstolptoren“ van Mollem, erachter Asse. Wij dalen wat tot de stoere vierkantshoeve Het Spanjaardshof waar een hele zoo ons opwacht. Hangbuikvarken Otto knort ons vriendelijk wat toe en de lama Minnie staat ons aandachtig te monsteren. Over de Steenberg steeds op en af wordt Hamme bereikt. Nog zo’n architectarische parel is het Sint-Gudulakerkje met zijn helzwart torentje Een kaarsrecht asfaltwegje stuurt ons terug naar de grote weg naar Brussel, erover en wat verder staan wij na 29,1km terug in Ossel. Eerst wat droge worstjes inslaan in Ossel Star, de beste van de streek en dan verder .  Ben ik verkeerd gelopen ??? Ik heb de indruk dat ik naar Hamme terugkeer, maar neen, eerst wordt tussen de weiden een rondje Ossel gelopen om finaal in Brussegem uit te komen en wat verder bij de kortere afstanden aan te sluiten bij de watertoren waar wij eerder al waren. Op een licht golvende omloop komen wij op de kouters van de Foksenberg. Onder ons komt Oppem in zicht, maar daar moeten wij straks nog naar toe. Op een panoramawegje waar gans Brussel defileert, de basiliek van Koekelberg, de torengebouwen, de Heysel, het Atomium, Reyers keren wij terug naar Amelgem waar wij tegen de Duivelsschuur aanbotsen, volgens de legende in één nacht door de duivel gebouwd in ruil voor de ziel van de boer. Indien je niet oplet ben je er zo voorbij ,want ze ligt wat verborgen achter een helwitte boerderij. De 12de eeuwse kapel van Amelgem is een echt pareltje. Langs een “gouden wegje“ waar forsythia de hele omgeving geel kleurt lopen wij terug naar Meise, nog wat het dorp door en in de sporthalle hebben wij er nu 37km opzitten.  Wij klauteren Meise terug uit, steken de vijfsprong van Mankevos over en lopen dan helemaal rond Oppem waar in het lokale schooltje een laatste controle na 40km. Gegroeid in de 16de eeuw rond de hoeve Hof van Oppem is deze witte parochie een echte postkaart. Langs het pittoreske geklasseerde Sint-Stefanuskerkje, voorbij de Lorettekapel komen wij het heuveltje af waarop Oppem gebouwd is. Wolvertem komt vlug in zicht. Op een grindwegje lopen wij er naar toe, draaien nog even langs de ringweg om zo de Sportschuur binnen te wandelen. Ik heb dit verslag echt wat moeten beperken, zoveel is hier te zien in de achtertuin van de hoofdstad. Hier kon ik nog een bladzijde aan toe voegen. Een meer dan mooie, uitgebalanceerde wandeling, heel groen, maar met ook heel wat aandacht voor ons architecturaal en religieus erfgoed . Geniet mee van enkele sfeerbeelden : |