|
Wie het West-Vlaamse Wakken niet kent, moet beslist eind mei 2011 in het oog houden. Gelegen nabij de samenvloeiing van Mandel en Leie, wist het dorp en omgeving ons zaterdag ll. best te charmeren, reden hiervoor was ‘ Rondom Wakken ‘ een wandelorganisatie in handen van de Watewystappers.
Vanuit het keurige Hondiuscentrum trokken we ons op gang langs het ontwakende dorpje en het André Demedtspad. Weliswaar geboren in St Baafs-Vijve, was het alhier dat de Vlaamse schrijver zijn lagere school liep. Het duurde niet lang voor we via een eerste stukje onverhard, de openheid van de vredige Mandelvallei voor onze voeten werden gedropt. Als Romeinse legionairs stuurde een geplaveid pad in rechte lijn ons hierna naar een goed verborgen strook groen en de imposante Sint-Katherinakapel. Het bleek het provinciaal domein De Baliekouter, verwijzend naar een zanderige heuvel of kouter die ooit eigendom was van de kasteelheer van Wakken.  Sierlijk verende graspaden midden weiden met knotwilgrijen, bloemrijke hooilanden, houtstruweel ,de vallei van de Mandel en het open agrarisch landschap vormden nu ettelijke kilometer ons ding. Uiteindelijk kregen we dan toch nog een stuk asfalt, kwestie van enkel een drukke baan te dwarsen. Want daar met de Butmolen wachtte alras terug een kanjer van een veldwegel midden een oceaan van glanzend wit fluitenkruid en eindeloze malse weilanden, dit overgoten met een heerlijk struwelen zon. Zowaar kwam daar zelf een knollenpuist opzetten, toen we de richting uitstevenden van het “vermaakelyke dorpje” Markegem en zaal Pax voor een eerste rust.  Het dorpje gekend omwille van de jaarlijkse Uilefeesten en enkele aftandse kerkwegels zetten ons terug op weg bezijden het Heilige Amanduskerkje in de richting van het St-Canariusdorp Gottem, verwijzend naar de gelijknamige huisbrouwerij. De kronkelende Kerstenburg ruiterroute vormde onze metgezel langsheen de verstrekkende akkers van de oude Mandel- & Leievallei. Tot Gottem zelf kwam het niet, want opeens ter hoogte van een blauwe bossen of myrtilleskwekerij, in de zomer plukvers, raakten we in de betovering van een eerste stukje oude Leie-arm op het grondgebied van Oeselgem.  Hierna ging het de richting uit van Oeselgem-dorp, alwaar we in de schaduw van de beschermde neogotische Sint-Martinuskerk een tweede rust treffen in Oc Leieheem. De heem had duidelijk zijn naam niet gestolen want het hoekje om, wachtte een zalig strookje oude “oesel” of Leie-kronkel in de lomer van hoge bomen en een innig zicht op de dorpskern en imponerende woonstulpjes. Langsheen een paardenmanegé en enkele bosrestanten door, ontwaarden we midden het groen het classicistische kasteel Te Lake en een fragiel bedehuisje. Gebouwd in 1748 vormde de imposante Limmanderdreef destijds een verbinding met het centrum van Zulte, doch in 1972 met de aanleg van het Leie-kanaal werd deze onderbroken. De dreef bracht ons daadwerkelijk ook naar de Golden River, alwaar enige tijd onder een lodende zon, de linkeroever onze metgezel bleek te gaan worden. Pleziervaarten vormden een schril contrast met een mastodont van een vrachtschip die net kruiste, toen we de richting uitstapten van Wielsbeke. Net aan de dorpsgrens wenkten we af, alwaar het André Demedstpad andermaal werd aangedaan. Wakken en het beschermde Sint-Petrus en Sint-Katharinakerkje (alhier wordt gediend tegen het zogenaamde katrienewiel) lagen voor het grijpen. Wakken vormde destijds één van de zeven oudste parochies, maar het dorpje was niet omwald en was dan ook zo gemakkelijk ‘ te wakken’ .
De geschiedenis gaat het ook uit, want zowaar mogen we nog in een kronkel over de plaatselijke begraafplaats draven alwaar een gedenkplaat van Hugo Verriest onze aandacht trekt. Het laatste wapenfeit treffen we aan de rand van de Wakkense dorpskern, alwaar een smalle dreef ons naar het kasteel van Wakken en zijn heerlijkheid brengt. Succulent wacht bij de eindmeet een heerlijke trappist van Chimay en smeuïg stukje trappistkaas om deze mooie natuurwandeling op een waardige manier af te ronden. 
Geniet mee van enkele sfeerbeelden : |