Home arrow Verslaggeving arrow Voorbije activiteiten en tochten arrow 1012 wandelaars verkennen Pompeschittersgemeente
1012 wandelaars verkennen Pompeschittersgemeente PDF Print Email
Geschreven door Stefaan Bailleur   
zondag 13 juni 2010

Reeds sinds de 12de eeuw is het landelijke Dadizele verweven met devotie en goddelijkheid. Zowat elkeen uit de streek kwam er destijds éénmaal in zijn leven ‘een ommegang’ maken en de Onze-Lieve-Vrouwe eren in de 19de eeuwse basiliek. Wat menig echter niet weet is dat het vrome Dadizele zich in de overlevering ook profileert als Pompeschittersgemeente.

Een spotnaam die de Daiselnaars overhielden tijdens de één of andere jaarlijkse kermis toen in de feestroes één hunner onderdanen te veel in het glas had gekeken en zich maar al te graag te goed deed aan die heerlijke pruimentaart. Op weg naar huis begon het zowaar zo hard te nijpen dat er niks anders opzat om zijn  behoefte te doen in ‘de pompebak’. Uiteraard werd de arme man betrapt door de buren van Ledegem en liep het verhaaltje als een vuurtje over die “Pompeschitter”. 

Meteen de reden waarom de naburige Velodroomvrienden haar inrichting van vandaag naar het illustere verhaal noemt. Gelukkig werden we voor onze komst niet getrakteerd op een stuk pruimentaart, doch op een gratis sneukeling toen we onze zondagse wandelnamiddag aanvatten.  Alras verlieten we de Daiselse dorpskern via enkele sociale woonkernen, waarna de statige Spaanse kapel in barokstijl en het New Britisch Cemetery ons inleidde binnen een ruraal en vrijwel ongekende landelijke omgeving.  Toen we gezapig enkele gezellige devotiewegels werden opgestuurd, etaleerde de bedevaartskerk zich steevast aan de horizon.

We bevinden ons in het gehucht Oliekot, zo genaamd omdat hier zo’n 150jaar geleden een olieslagerij actief was, wanneer een kanjer van een brokkenpad ons gestaag de hoogte injaagt van een knollenpuist. Een resem van karrensporen, graswegels , erfdoorsteken zorgen ervoor dat deze wandeling zowaar een avontuurlijker cachet krijgt wanneer we resoluut wat flirten met de grens van gapersgemeente Geluwe.  Kronkelend langs grillige akkers en glooiende weiden bereiken we tenslotte de Artoishoek, alwaar we in zaal ’t Landhuys de centrale rust treffen.

En ook hierna blijft een trits van onophoudelijke stukjes onverhard ons op sleeptouw nemen als we reeds een tijdje de provinciale Pompeschitters wandelroute en een stuk van de ‘grote Ommegang’ volgen.  Tenslotte krijgen we de statige Onze Lieve Vrouw basiliek, weliswaar in de steigers, weer vol in beeld. Dadizele is een Mariaoord, getuige hiervan de vele kapellen langs de straten en Mariabeeldjes in de gevels van huizen en schuren. Een laatste uitstulping krijgen we met een omstandige trek doorheen het ’t kasteelpark Torreken. Prettige wandelpaden loodsten ons langsheen het mooi verzorgd ridderlijk domein, destijds bewoond door Ridder Jan, heer van Dadizele en raadsman van de Hertogen van Bourgondië.


De ontnuchtering was groot toen we niet voorbij de ‘Pompeschitter’ passeerden. Een bijzonder personage naar ’t schijnt … op de pompbak gezeten, broek tot onder de knieën gezakt en pruimentaart etend, terwijl hij ja zat te k….

Geen hoge nood echter, de Velodroomvrienden onder leiding van de immers sympathieke voorzitter Frans  hadden ons  laten genieten van de landelijke uithoeken en het vrome bedevaartsoord Daisel.  

MEER FOTO's >>>